J.C. Arnold heeft in zijn boek genaamd “Vergelden of vergeven” een aantal verhalen verzameld van overlevenden van de ramp in Enschede en die in Volendam. In een reclame voor dit boek worden onze opties, wanneer we geconfronteerd worden met onrecht en lijden, net iets anders beschreven: “We kunnen ofwel wrok blijven koesteren of de andere persoon vergeven. De keuze is aan ons, maar alleen vergeving is bij machte ons te bevrijden”. 

forgiveness-picture

Dit lijkt misschien een degelijk christelijk standpunt, en ik zou er geen vraagtekens bij zetten, ware het niet dat ik in Jean Jenson’s boek
“Reclaiming Your Life” enkele waarschuwingen had gelezen. Zij wijst erop dat zelfs bepaalde “onschadelijke” gebeurtenissen in onze jeugd zo pijnlijk kunnen zijn dat we het niet kunnen verdragen om ons er volledig van bewust te blijven. Als we herontdekken wat er gebeurd is of wat we gemist hebben, zal onze eerste reactie zijn om deze dingen opnieuw zo snel mogelijk te willen vergeten. Daarom kan het snel vergeven van onze ouders of iemand anders heel goed een (onbewuste) manier zijn om onszelf te beschermen tegen een pijnlijke ervaring.

Op dit punt aangekomen zouden we kunnen denken dat alles in orde is. We hebben gedaan wat er van een christen verwacht wordt en we hebben ons beschermd tegen vervelende herinneringen die anders op ons netvlies zouden blijven staan. Echter, voor zover we onze oude emoties niet echt hebben verwerkt, zullen we helaas noch de ander, noch onszelf een dienst hebben bewezen. Terwijl vergeving altijd een genezende werking heeft voor een ontvanger die vergeving waardeert, geldt dat niet altijd voor degene die haastig, onder morele druk of niet van harte vergeving schenkt. Dit onderscheid wordt helaas zelden gemaakt. Meestal wordt aangenomen dat vergeving per definitie altijd en voor beide partijen een heilzame ervaring is, of een voorwaarde voor genezing.

Alvorens we gaan kijken wat de bijbel over dit onderwerp zegt, wil ik u in deze Nederlandse versie van mijn artikel nog graag wijzen op het uitstekende artikel van Caroline Franssen: “Het verschil tussen slachtoffer zijn en slachtoffergedrag”, waarin ook het nodige wordt gezegd over al of niet gezonde vergeving.

Oude Testament

Rein Nauta, hoogleraar godsdienstpsychologie, stelt in zijn boek over “Sorry zeggen” dat vergeving in het Oude Testament bijna uitsluitend een daad van God is. Er zijn niet veel gevallen van mensen die elkaar vergeven. Ook in de beschrijving van de Grote Verzoendag in het boek Leviticus ligt de nadruk weer op Gods vergeving. Hij is het die uiteindelijk de zonde uitwist. En als we kijken naar de gebruiken die bij dit feest horen, zien we dat het joodse volk gelooft dat zonden die mensen tegen elkaar begaan, niet verzoend kunnen worden tenzij men eerst vergeving heeft gevraagd aan de benadeelde persoon.

Zo is het gebruikelijk om vrienden, familie, kennissen en iedereen die men het afgelopen jaar mogelijk benadeeld of in een verkeerd daglicht geplaatst heeft, te bezoeken of in ieder geval te bellen en om vergeving te vragen. Eventuele gestolen voorwerpen moeten bijvoorbeeld ook eerst aan de rechtmatige eigenaars worden teruggegeven. Iedere persoon waar je Loshen Hara, kwaadaardige roddel, over hebt gesproken, moet om vergeving worden gevraagd. Als iemand je om vergeving vraagt, open je je hart en schenk je die vergeving.

Merk op dat het mogelijk is om mensen die er niet om vragen, vergeving te schenken. Maar dit is noch de normale gang van zaken, noch zal dit het maximale effect hebben. Bovendien is het snel vergeving schenken vaak een uiting van trots. “Kijk eens hoe goed ik ben, dat ik jou dit zomaar kan vergeven!” Of, als de andere persoon zich helemaal niet schuldig voelt, kan de vergeving ook een subtiele laatste poging zijn om hem zich schuldig te laten voelen. Maar het grootste probleem met het schenken van vergeving, vooral bij personen die er niet om vragen, is toch nog wel dat we het allemaal mooier voorstellen dan het emotioneel bij ons werkt. Als we het emotionele deel niet echt onder ogen zien of verwerken, kan dit gewoon gaan liggen wachten om zich opeens weer te manifesteren. Met andere woorden, de wrok kan bewust of onbewust voortleven, zonder dat er een echte genezing is bereikt.

Nieuwe Testament

Laten we nu naar het Nieuwe Testament kijken. Lukas 17:4 gaat over het herhaald vergeving schenken. Maar dit gaat niet over aantallen keren. Zeven is een symbolisch getal, dat volmaaktheid uitdrukt. Er is geen maximum aantal keren dat we vergeving moeten schenken. Maar er is ook geen minimum! Wat telt is onze houding ten opzichte van vergeving. Het “Onze Vader” spreekt van “zoals wij onze schuldenaren vergeven”, met andere woorden, op dezelfde manier, op dezelfde momenten, in dezelfde mate als waarin wij vergeven, kunnen wij verwachten zelf vergeving te ontvangen. Onze houding ten opzichte van vergeving doorstaat de test als we tevreden zouden zijn om net zo te worden behandeld. Wat velen vergeten is dat Lukas 17, alvorens te spreken over vergeving, melding maakt van terechtwijzing en berouw. Er worden dus geen buitensporige eisen aan vergeving gesteld. Zo heeft althans menselijke vergeving zelfs in het Nieuwe Testament iets wederkerigs.

God heeft nooit gezegd dat zonde en tekortkomingen er niet toe doen. Noch is vergeving voldoende om met de zonde af te rekenen (vergelijk Psalm 99:8). Vergeving zou samen moeten gaan met geestelijk onderscheidingsvermogen en groei bij alle betrokken partijen. Als we niet de tijd genomen hebben om onze eigen automatische en schadelijke reacties op de zonden van anderen onder de loep te nemen, en hebben ontmaskerd hoe het ene weer leidde tot het andere (hier moet ik denken aan het begrip “erfzonde”), dan kan het uitspreken van woorden van vergeving prematuur zijn. Vergeving is namelijk niet hetzelfde als onze ogen dicht doen of dingen maar over je heen laten gaan. Als we de consequenties van de zonde niet willen zien, dan zullen we hooguit in staat zijn oppervlakkig te vergeven, bijvoorbeeld alleen de uiterlijke manifestatie ervan.

Toen Christus bad “Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen”, was dit volgens mij geen gebed voor beginners. Christus gebruikte dit gebed niet om te bagatelliseren wat mensen met hem deden. Hij zag de enorme pijn van de totale verwerping van zijn goddelijke liefde zonder bitterheid onder ogen, terwijl hij tegelijkertijd anderen genas, omdat dit zijn unieke doel in het leven was, een bestemming die wij nooit ten volle kunnen of hoeven te delen. Hij alleen was in staat de wereld vergeving aan te bieden nog vóór iemand erom vroeg of tekenen van spijt vertoonde. Zelfs Jezus had dit zonder uiterst grondige spirituele voorbereiding niet kunnen bereiken. Hij was volledig in harmonie met zichzelf en met God.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat we dit “niet thuis moeten proberen”. Het is aan de Vader en de Zoon om in zulke complexe (niet-wederkerige) situaties al of niet vergeving te schenken. Het is aan ons om God’s vergeving te aanvaarden, ons hart te openen wanneer iemand ons om vergeving vraagt, niet te veroordelen en te bidden om de verlichting van de Heilige Geest. Dat zijn voor ons al behoorlijke uitdagingen. Op dit gebied meer willen doen is al gauw aanmatigend, moralistisch of simpelweg een ontkenning van de realiteit van het kwaad in deze wereld.

Niet blijven steken in boosheid

Maar moesten wij niet altijd de andere wang toekeren? Inderdaad, maar dat impliceert niet noodzakelijkerwijs vergeving. Het is een andere manier om de vicieuze cirkel van het kwaad te doorbreken. Maar hoe worden we dan verlost van de boosheid, verontwaardiging en wrok, die uiteindelijk schadelijk is voor iedereen? Dat hangt erg van de omstandigheden af, maar de volgende zaken kunnen mijns inziens bijdragen:

  • een stuk aanvaarding (en dan niet alleen met het verstand) van het feit dat iedereen zijn of haar eigen verantwoordelijkheid heeft;
  • vrede met het feit dat we niet alles kunnen repareren;
  • de genade waarmee we aan onszelf kunnen werken en laten werken.

Dit zijn belangrijke inzichten, waarin het christendom en de psychologie elkaar overlappen.

Evenals het Heilig Avondmaal, lijkt menselijke vergeving te zijn bedoeld voor diegenen die tenminste een rudimentaire waardering kunnen opbrengen voor de prijs van de vergeving. Evenals liefde, is vergeving tegelijkheid een opdracht en iets dat niet op bevel tevoorschijn getoverd of geforceerd kan worden. Dit gezegd hebbende, vinden de meeste mensen het moeilijk om vergeving te vragen wanneer ze geen idee hebben van onze mogelijke reactie. Daarom moeten we als christenen altijd een vergevingsgezinde houding oftewel een intentie tot vergeving hebben. We moeten op de één of andere manier uitstralen dat het ons er niet om te doen is de ander te vernederen of belachelijk te maken. We zijn immers zelf ook zondaars. Maar dat betekent niet dat mensen ons alles maar kunnen maken zonder uiteindelijk verontschuldigingen te hoeven aanbieden aan de persoon in kwestie zowel als aan God.

In ons rechtssysteem moeten we meestal een prijs betalen voor onze overtredingen van menselijke wetten. Christus heeft de prijs betaald voor alle overtredingen tegen de goddelijke wet. Maar het is nog steeds nodig dat een duidelijke vorm van spijt getuigt van (de waarde van) de nieuw-verkregen geestelijke vrijheid. Met betrekking tot relaties tussen mensen, dienen we de fouten van anderen niet genadeloos te onderstrepen, maar ook niet te doen alsof we een theepot kunnen vullen terwijl het deksel er nog op zit. Dat laatste gaat eenvoudigweg niet en we zouden ons kunnen branden aan het wegspattende kokend hete water. Moge God ons helpen om actief om vergeving te vragen, en bereidwillig te zijn om anderen te vergeven, maar niet voorbij te gaan aan onze eigen behoeften en de elementaire beginselen van rechtvaardigheid en wederkerigheid.

Postscript

Nadat dit artikel in LifeLine gepubliceerd was, vertelde (de inmiddels overleden) Mieke Warns mij een anekdote over de periode onmiddellijk na de tweede wereldoorlog. Zij dacht dat ze de Duitsers vergeving had geschonken. Toen een Duitse mevrouw haar in Nederland de weg naar het postkantoor vroeg, had ze op een vriendelijke manier geantwoord. Maar toen de Duitse mevrouw opmerkte dat in Duitsland de postkantoren veel makkelijker te vinden waren, verloor Mieke haar geduld en antwoordde dat ze in dat geval in Duitsland had moeten blijven. Hierover nadenkend, moest Mieke vaststellen dat ze niet zo gereageerd zou hebben als de vrouw geen Duitse geweest was. Ze was verrast door haar eigen reactie. Dit bevestigt dat we soms denken iemand te hebben vergeven, terwijl het verleden ons nog steeds parten speelt.

Dit bericht is ook beschikbaar in het: Engels